Van vijgenjam die zomer brengt

Mercato
Mercato

Iedereen die wel eens in Italië is geweest, zal dit beeld herkennen. Marktkramen vol met ‘handig’ huishoudelijk spul: potten en pannen, pollepels, kitsch servies en plastic schalen.  Wetende dat de kwaliteit tot de categorie bedenkelijk behoort, weet je misschien niet dat een doorsnee-Italiaan dit spul gewoon aanschaft en gebruikt.

In menig Italiaanse keuken ben ik geweest. De keukenuitrusting was veelal, laat ik het voorzichtig zeggen, opvallend ‘divers’. Ik hou daar wel van. Dat non-conformistische. Lak hebben aan de glossy’s die je willen laten geloven welke keukenspullen de ‘must-haves’ zijn. Los van de vraag hoe haalbaar het is voor een gemiddelde Italiaan keukentrends te volgen is voor hen met name de kwaliteit van de producten die je eet van belang. Zij houden zich bezig met vragen waar het product vandaan komt, of het de juiste tijd van het jaar is om dat product te eten en een heel belangrijke, altijd terugkerende : ‘op welke manier maak jij het’?

Nooit vergeet ik Salvatore, door zijn buren liefkozend Toto genoemd. Een stille man die dagelijks naar zijn moestuin ging. Want je groente eet je direct en vers van het land. Je hoorde hem altijd gaan en komen. Met veel gas en weinig koppel bracht hij zijn Panda in beweging. Een geluid dat mij deed glimlachen. En soms ook vrezen voor overig geparkeerde auto’s, die in zijn draaicirkel kwamen. Het ging altijd goed.

Toto kwam met een zekere regelmaat ‘qualche cose buone’ brengen, ‘wat lekkere dingen’. Mijn absolute favoriet waren ‘Fichi Sardi‘ vijgen, zoals ze op Sardinië groeien.  Zongerijpte, dieppaarse, bijna zwarte vijgen. En heel, heel soms, bracht hij ook witte.

Confettura di fichi
Confettura di fichi

Koken moest ik ze van hem. En ja, ook een paar zó opeten. Maar vooral jam van maken. En dan meenemen naar Nederland. Want dan zou ik altijd aan hen denken, wanneer ik de jam at. De vijgen waren zo rijp dat bewaren geen optie was. Dan stond ik daar. Buiten tegen de veertig graden en pakweg 30 in huis. Met een aanrecht vol rijpe vijgen. Een plakkerige operatie vanwege het hoge suikergehalte. In Nederland heb ik ze nooit kunnen vinden, zo rijp en zoet. Dus maak ik hier geen vijgenjam en ga ik naar een adresje waarvan ik weet dat ze de lekkerste vijgenjam hebben die je je maar kunt voorstellen. Die je bij voorkeur door dikke boerenyoghurt roert, op een geroosterde boterham eet, of bij zacht ijs serveert.

Bestellen doe je bij GranSardegna. En misschien, heel misschien denk je dan ook aan Toto, wanneer je vijgenjam eet.