Pane Carasau

Pane carasau is één van de bekendste ambassadeurs van Sardinië. Het platte, krokante brood is lang houdbaar en al sinds oudsher een product dat in iedere familie in Sardinië zelf werd gemaakt. Omdat het bijzonder arbeidsintensief, veel en zwaar werk was, hielpen vrienden en familie bij de bereiding ervan.

Volgens traditie bevat het brood slechts 4 ingrediënten nl. semola di grano duro rimacinata, water, zeezout en ‘natuurlijk’ gist ofwel lievito madre (zuurdesemstarter).

Natuurlijk heeft een broodsoort dat zoveel werk met zich meebrengt eigen benamingen voor de verschillende fasen. Alleen al deze woorden, spreek ze maar eens uit, voor in de mond met rollende rrrrr. 

  1. Sa cotta: dit is de naam van de vier fasen van het brood maken.
  2. S’inthurta: hier wordt het meel gezeefd, het gist in water opgelost en vermengd met het meel. Het handmatig en langdurig kneden van het deeg gebeurt in een schaal van hout of terracotta.
  3. Pesare: de rijstijd. Het eerste rijzen duurt ca. een half uur, daarna wordt het deeg in gelijke stukken verdeeld. Vervolgens worden met een deegroller, dunne ronde schijven uitgerold. Met meel bestuifd komen ze om en om in linnen doeken te liggen. Hier mogen zo nog een keer 2 uur rijzen.
  4. Kokere: het in de (hout)oven bakken, bij zeer hoge temperaturen die oplopen tot 500°C. Bij deze hoge temperatuur blazen de deegvellen zich op tot ronde ballen. Zodra dit gebeurt, gaan ze de oven uit en worden met een scherp mes in twee delen verdeeld, waardoor er weer 2 schrijven ontstaan.
  5. Carasatura:dit is het laatste afbakken waardoor de ronde schrijven goudkleurig worden, knapperig en lang houdbaar. Na afkoeling worden ze op elkaar gestapeld en zijn ze klaar voor gebruik.

Hoe eet jij het liefst pane carasau??